In deze handleiding leggen we je stap voor stap uit hoe je Application Monitoring configureert en gebruikt binnen je Level27 controlepaneel.

Stap 1: Open je project

Log in op het Level27 controlepaneel en ga naar het project waarvoor je Application Monitoring wilt installeren.

Stap 2: Navigeer naar monitoring

Ga naar het tabblad Insights binnen je project en open de pagina Monitoring.

Stap 3: Maak een endpoint aan met een of meerdere URL’s

Klik op ‘Endpoint toevoegen’ om een URL toe te voegen die je wilt monitoren. Per URL kun je kiezen welke checks actief zijn:

HTTP-status code: Controleert of je website bereikbaar is en geeft een statuscode terug (bijvoorbeeld 200 betekent OK).

Latency: Meet hoe snel je website reageert op een verzoek.

SSL expiry: Houdt bij wanneer je SSL-certificaat verloopt zodat je op tijd gewaarschuwd wordt.

Stap 4: Configureer je instellingen

Stel je drempelwaarden (thresholds) in voor meldingen:

SSL-vervaldatum: Kies hoeveel dagen van tevoren je een melding wilt ontvangen om verrassingen te voorkomen.

Latency: Bijvoorbeeld een waarschuwing bij 1500 ms en een kritieke melding bij 2000 ms, passend bij de snelheid die je aan je klanten belooft.

FAQ (veelgestelde vragen)

Kan ik meerdere URL’s monitoren?
Ja, je kunt eenvoudig meerdere URL’s toevoegen aan je monitoringlijst. Per URL bepaal je zelf welke checks je activeert, zodat je precies die data krijgt die relevant is voor elk project.

Wat is latency by phase?
Latency meet de totale tijd die nodig is om een verzoek van start tot finish te verwerken. Deze tijd wordt opgesplitst in verschillende fasen om te zien waar precies vertraging optreedt:

  • TLS/SSL handshake: De tijd die nodig is om een beveiligde verbinding tot stand te brengen.
  • DNS-resolutie: Tijd om het IP-adres van de domeinnaam op te zoeken via het DNS-systeem.
  • Connectie: De tijd die het kost om verbinding te maken met de server.
  • Verwerking (processing): Hoe lang de server nodig heeft om het verzoek te verwerken.
  • Data-overdracht (transfer): Tijd om de response-data van de server naar de client te versturen.

Door deze fasen apart te monitoren, kun je precies zien waar een bottleneck zit en gericht optimaliseren.

Wat betekenen de HTTP-statuscodes?

  • 200 OK: De website reageert normaal en alles werkt zoals het hoort.
  • 301/302 Redirect: De URL leidt door naar een andere locatie. Dit is meestal gewenst, bijvoorbeeld bij herstructurering van een site.
  • 404 Niet gevonden: De gevraagde pagina bestaat niet of is verwijderd.
  • 500 Serverfout: Er is iets mis met de server waardoor deze de aanvraag niet kan verwerken.
  • 503 Service niet beschikbaar: De server is tijdelijk niet bereikbaar, bijvoorbeeld door onderhoud of overbelasting.

Wat gebeurt er als een melding afgaat?
Afhankelijk van je instellingen ontvang je een melding via e-mail zodra een check faalt. Zo kun je direct actie ondernemen voordat je klant klachten krijgt.

Kan ik de meldingen aanpassen?
Ja, je bepaalt zelf de drempelwaarden voor waarschuwingen en kritieke meldingen. Dit geeft je controle over wanneer en hoe je geïnformeerd wordt, passend bij de afspraken met je klanten.